OUDEWATER – Laatst leverde Jan van Dam een vrachtje af in Utrecht. ,,Kijk, een kolenboer!’’ riepen een paar voorbijgangers.

Kolenboer Jan van Dam levert een vrachtje af. Foto MARTIN DROOG
,,Die vent moet naar het museum.’’
Van Dam kon er wel om lachen; de Utrechtse grappenmakers waren tenslotte overduidelijk beschonken. Maar hij weet ook dat behalve kinderen ook dronken mensen de waarheid plegen te spreken.
De kolenboer ís bijna uitgestorven. In het Groene Hart is er nog een handvol leveranciers van antraciet en eierkolen. Terwijl ze een halve eeuw geleden in deze tijd van het jaar nog massaal af en aan reden om de wintervoorraad van hun clientèle op peil te brengen. Begin oktober, dan moest het kolenhok vol zijn . Lees verder via:
uitgestorven maar mij nog wel bekend. Voor de voordeur was het kolenluikje. Met een forse zwier werd de zak met kolen uitgekiept. De kolen rommelden het kolenhok in. ’s Ochtends het winterritueel dat mijn moeder de kachel oppookte. Als kind lag je in bed en hoorde dat de nieuwe dag was aangebroken. Daar kan geen draai aan de thermostaatknop tegenop. Wij moesten kolen beneden ophalen. Met de kolenbus tegen de hoop in gaan. Trachten in één haal de kit vol te krijgen. Oppassen dat je jezelf niet besmeurde. Moeder druk in de weer met de strijkbouten op het fornuis. Even spugen om na te gaan of het strijkijzer op temperatuur was. Dat sissende geluid!De asla leeggooien op het tuinpad ter verharding. Waar is de tijd? Dit is de tijd.
Leen Froberg.
Enschede.
Comment door Leen Froberg — oktober 30, 2009 @ 10:28 am