Steunpunten voor huiselijk geweld werken nog niet optimaal. De samenwerking tussen de steunpunten en gemeenten kan beter. De afspraak om alle steunpunten het huiselijk geweld op dezelfde manier te laten registreren, wordt niet nagekomen. Ook houden de steunpunten zich vaak niet aan de afspraak om cijfers over huiselijk geweld bij te houden. Dat stelt de Advies- en Onderzoeksgroep Beke, die de aanpak van huiselijk geweld onderzocht.
De steunpunten zijn ongeveer drie jaar geleden ingevoerd om huiselijk geweld beter aan te kunnen pakken. Vaak is zo’n punt een vestiging waar maatschappelijk werkers slachtoffers advies kunnen geven. Er wordt samengewerkt door hulpverlening, gemeente en politie. Nu zijn er 35 regionale steunpunten.
Volgens de onderzoekers bevinden veel Advies- en Steunpunten Huiselijk Geweld zich nog in de ontwikkelingsfase. “De eerste zeven zijn in 2003 opgericht”, zegt onderzoeker Jos Kuppens. “Je kunt het ze ook niet kwalijk nemen dat alles nog niet perfect werkt.”
Volgens Kuppens moet er snel een landelijk telefoonnummer komen voor het melden van mishandeling. “Dan weet iedereen wie ze moeten bellen en je kunt het aantal meldingen meteen veel gemakkelijker landelijk registreren. Nu doet ieder steunpunt het nog op zijn eigen manier. Hierdoor is een landelijk overzicht niet te maken.”
Ook gebeurt het dat de meldingen niet worden geregistreerd door de steunpunten. In zo’n geval zijn de gegevens gebaseerd op cijfers van de politie. “Maar in die cijfers staan alleen de aangiften van mishandeling. Er zijn ook mishandelde mensen die wel naar een steunpunt gaan, maar geen aangifte doen. Om een beter beeld van het probleem te krijgen heb je die meldingen dus ook nodig.”
Op het gebied van opleiding is volgens de onderzoeker ook nog wat te winnen. “Het is essentieel dat iedereen die ermee te maken heeft, een opleiding in het herkennen van huiselijk geweld heeft gevolgd. Bij de politie heeft negentig procent die opleiding gevolgd. Wij zien liever dat honderd procent die opleiding volgt.”
De steunpunten betekenen volgens Kuppens een vooruitgang. “Door de steunpunten is er een samenwerking van politie en hulpverlening. Ze gaan nu samen rond de tafel zitten met de vraag: ‘Wat gaan we hiermee doen?’ Dat werkt beter dan zomaar iemand in de gevangenis gooien.”
Door de samenwerking is de registratie volgens Kuppens ook verbeterd. Het aantal aangegeven mishandelingen ligt ruim boven de vijftigduizend.
Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) is volgens de onderzoekers met de partijen in overleg over de conclusies en aanbevelingen van het rapport. Tegen de zomer informeert hij de Tweede Kamer over de gemaakte afspraken.