Roetfilters in dieselauto’s
)
beperken de uitstoot van fijnstof. Goed voor het milieu. Maar wetenschappers en toxicologen betwijfelen wat de effecten van de filters zijn op de gezondheid van mensen. ,,Ik sluit niet uit dat juist door die filters hogere concentraties giftige stoffen in de lucht komen.”
Stel: een fabrikant brengt een nieuw, revolutionair plastic zakje op de markt waarin je worst en kaas lang kunt bewaren. Voordat het zakje in de schappen ligt, moet de fabrikant met veel moeite aantonen dat het veilig is. Immers, de worst mag geen schadelijke stoffen absorberen. Als je zo redeneert, is het erg vreemd, vertelt Michiel Makkee van de TU Delft, dat de overheid forse subsidies verstrekt voor de inbouw van roetfilters in dieselauto’s, terwijl helemaal niet duidelijk is of die filters wel zo goed zijn voor de gezondheid.
Sterker, er zijn signalen dat juist dóór die roetfilters meer zeer kleine, uiterst giftige deeltjes in de lucht terecht komen. ,,Het ministerie van VROM staat gigantisch onder druk om de emissie van fijnstof terug te dringen”, zegt Makkee, universitair hoofddocent bij de sectie Industrial Catalysis. ,,Bouwprojecten liggen stil. Door filters op dieselmotoren te zetten, wordt minder roet uitgestoten. Maar het middel kan wel eens erger zijn dan de kwaal.”
Bijna één op de vijf personenauto’s in Nederland is een diesel. In totaal rijden er iets meer dan 1,1 miljoen rond. Van diesels is bekend dat ze meer fijne roetdeeltjes (fijnstof) uitstoten dan benzineauto’s.
De kritiek van Makkee richt zich op de half open-filters, de zogeheten retrofits. Juist die filters zijn geschikt om achteraf in diesels in te bouwen, en worden sinds juli 2006 door de overheid gesubsidieerd met vijfhonderd euro. Wie nog een kleine honderd euro zelf betaalt, heeft een retrofit van veelal Duitse makelij. Makkee en anderen, onder wie toxicoloog Paul Scheepers van de Radboud Universiteit Nijmegen, maken zich ernstig zorgen over de achteraf ingebouwde filters. ,,Ik sluit niet uit dat door de filters hogere concentraties giftige stoffen in de lucht komen”, aldus Scheepers. In de Tweede Kamer bezwoer minister Jacqueline Cramer van Milieu onlangs dat er – letterlijk – geen vuiltje aan de lucht is. In haar opdracht doet TNO onderzoek naar de gezondheidsrisico’s. De eerste resultaten zijn ‘absoluut niet verontrustend’. Het ministerie weet al sinds 2005 van de risico’s, maar is nooit van plan geweest de subsidie niet te verstrekken. Volgens Cramer, die zich baseert op een rapport uit 2005 van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP), wegen de voordelen van roetfilters op tegen de mogelijke nadelen. In het rapport staat dat overigens heel wat minder stellig.
Makkee: ,,Nog erger, het ministerie heeft een afweging gemaakt tussen de voor- en nadelen van de filter, terwijl niet bekend is wat de nadelen zijn.” De half open-filters houden alleen de grote, zware roetdeeltjes vast. Bij hogere snelheden van de auto wordt de filter warm, waardoor die deeltjes verbranden. Maar de kleine deeltjes ‘fietsen’ door de filter heen, zeggen critici. Vervolgens reageren die deeltjes met stikstofoxiden die zich in uitlaatgassen bevinden, waardoor giftige stoffen ontstaan, zoals nitropaks en oxypaks.
Die deeltjes, tussen de twintig en tachtig nanometer groot, kunnen diep in de longblaasjes doordringen, waar ze ook in de bloedbaan terecht kunnen komen. Mogelijk zijn de deeltjes niet alleen kankerverwekkend (carcinogeen), maar ook mutageen, wat betekent dat ze het DNA kunnen aantasten, stelt Makkee. Bovendien kunnen de deeltjes ontstekingen veroorzaken. De filters houden wel aardige percentages roet uit de lucht, redeneert toxicoloog Scheepers, maar dan gaat het alleen om de hoeveelheid grammen. ,,Als je kijkt naar aantallen deeltjes, krijg je heel andere getallen. Ik heb die cijfers nog nooit gezien bij fabrikanten van roetfilters.”
Scheepers vindt het op z’n zachtst gezegd ‘voorbarig’ roetfilters te subsidiëren. Hij wil het geld liever gebruiken om schonere motoren en brandstoffen te ontwikkelen.
Projectleider ‘luchtverontreiniging en gezondheid’ Flemming Cassee van het RIVM denkt dat het wel meevalt met de risico’s. ,,Er is geen aanleiding te veronderstellen dat ernstige effecten zullen optreden. Er zit tijd tussen het moment dat deeltjes uit de uitlaat komen, en het moment dat ze eventueel worden ingeademd. Dat laatste is voor mogelijke effecten bij mensen juist belangrijk.” Probleem is, stelt echter ook Cassee, dat niet exact duidelijk is wát uit de uitlaat komt. Dat signaal heeft het RIVM begin 2005 al aan het ministerie afgegeven. Ook het MNP heeft bij het ministerie aangedrongen op extra onderzoek. Anco Hoen: ,,De verwachting, op dit moment, is dat de filters een positief effect hebben. Maar de kennis is gering. Dat is het hele eieren eten.”
Twee typen roetfilters
Er bestaan twee typen roetfilers. Over de nieuwste filter, de zogeheten gesloten roetfilter met computersturing, is vrijwel iedereen lyrisch. Die filter kan alleen in nieuwe dieselauto’s worden gemonteerd in de fabriek, wat steeds meer gebeurt. Volgens TNO wordt vijftig procent van de nieuwe dieselauto’s met een af-fabriek filter uitgerust. Peugeot is het enige merk dat in alle dieselauto’s al gesloten filters standaard inbouwt. Pas in 2010 wordt dat door de Europese Unie verplicht.
In de filter wordt het roet als het ware verzameld, en als de kritische grens wordt benaderd geeft de computer een seintje voor een extra brandstofinjectie. Daardoor wordt de temperatuur in de filter hoger, en brandt de filter zichzelf schoon. Gesloten filters houden tot 97 procent van alle roet tegen. De half open-filters halen dat percentage niet. Deze zogeheten retrofits, die achteraf in dieselauto’s kunnen worden ingebouwd, houden tussen de dertig en veertig procent van het roet tegen. Die filters zijn half open om te voorkomen dat ze vol roet lopen. Er zit geen slim computersysteem achter die een seintje voor extra brandstof kan geven. Als de filter volloopt en zichzelf niet meer kan schoonbranden, start de auto niet meer.